Oud-CFO Action hoeft alsnog geen belasting te betalen over zijn miljoenenwinst

Sathees Kengatharam en Vincent Blok
Gaat de staatssecretaris in cassatie tegen de uitspraak van Hof 's-Hertogenbosch?

In juli 2025 deed het Hof Amsterdam een uitspraak over de voormalig commercieel directeur van Action, waarbij het Hof oordeelde dat de directeur alsnog circa 13,5 miljoen euro belasting moest betalen over zijn miljoenenwinst op Action-aandelen. Nu is het Hof ‘s-Hertogenbosch in de zaak van de oud-CFO van Action, die inhoudelijk exact hetzelfde is, tot een tegengestelde conclusie gekomen: geen belastingheffing.

Lees ook op CFO.nl: Oud-CFO Action incasseert onbelast miljoenen. Is de ophef terecht?

Waar gaat het om?
In de zaak die Hof ‘s-Hertogenbosch heeft behandeld, ging het om de voormalige CFO van Action die vanaf 2015 in Nederland werkte en gebruik maakte van de 30%-regeling. Ook hij had een aandelenpakket verkregen in een in Luxemburg gevestigde vennootschap dat als ‘lucratief belang’ werd aangemerkt. Bij lucratief belang-aandelen worden de inkomsten uit die aandelen in beginsel in box 1 belast (49,5%). De wet biedt de mogelijkheid om de box 1-heffing over die voordelen te mitigeren naar een box 2-heffing, mits in dat kalenderjaar tot een bedrag van ten minste 95% van die voordelen inkomen uit aanmerkelijk belang wordt genoten (ook wel de doorstootregeling of de box 2-route genoemd).

Net als in de eerdere zaak van de commercieel directeur, combineerde de oud-CFO de keuze voor deze doorstootregeling voor lucratieve belangen met een keuze voor partieel buitenlandse belastingplicht. Dat laatste is een tegemoetkoming voor kennismigranten op basis waarvan box 2- en box 3 inkomsten uit bronnen buiten Nederland niet in de Nederlandse heffing werden betrokken.

De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen op en stelde zich op het standpunt dat de oud-CFO in 2016 een bedrag van 5,1 miljoen euro en in 2018 een bedrag van 19,6 miljoen euro als resultaat uit overige werkzaamheden moest aangeven – met andere woorden: belast tegen het toptarief van box 1.

Lees ook op CFO.nl: CFO Day 2026 – ‘Clarity in Chaos’ – Charlotte Hanneman (CFO van Philips): “Helderheid vraagt ook om een sterke talent- en innovatieagenda.”

Het cruciale verschil: uitleg van de voorwaarde ‘inkomen uit aanmerkelijk belang wordt genoten’ voor toepassing van de doorstootregeling
De vraag waar beide Gerechtshoven over moesten oordelen is dezelfde: geniet de belastingplichtige inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) als bedoeld in de doorstootregeling als ook is geopteerd voor partieel buitenlandse belastingplicht waardoor box 2 heffing in feite buitenspel werd gezet?

Hof Amsterdam oordeelde eerder bij de commercieel directeur dat niet kan worden geopteerd voor de doorstootregeling. Vanwege de keuze voor partieel buitenlandse belastingplicht geniet hij in de visie van het Hof geen inkomen uit aanmerkelijk belang uit zijn belang in de buitenlandse vennootschap. Een (partieel) buitenlands belastingplichtige kan volgens Hof Amsterdam alleen inkomen uit aanmerkelijk belang genieten uit een in Nederland gevestigde vennootschap.

Hof ‘s-Hertogenbosch komt in de zaak van de oud-CFO tot een andere conclusie. Volgens het Hof is wel degelijk sprake is van genieten van inkomen uit aanmerkelijk belang. Ook een (partieel) buitenlands belastingplichtige kan inkomen uit aanmerkelijk genieten uit een buiten Nederland gevestigde vennootschap oordeelt het Hof op basis van de wet en de parlementaire geschiedenis. Deze uitleg lijkt ook de heersende opinie in de literatuur te zijn.

Lees ook op CFO.nl: CFO Day 2026 – ´Clarity in Chaos´ – Peter Ligteringen (CFO Yource): “Ik ga juist aan op complexiteit – daar kun je als CFO echt waarde toevoegen.”

De wetgever wist dat sprake was van een heffingsvacuüm
Verder gaat Hof ‘s-Hertogenbosch ook expliciet in op de bedoeling van de wetgever. Uit parlementaire stukken blijkt dat de wetgever zich er bewust van was dat de combinatie van partieel buitenlandse belastingplicht en de doorstootregeling kan leiden tot een situatie waarin in het geheel geen Nederlandse belasting wordt geheven. Met andere woorden: de wetgever wist dat hier sprake was van een heffingsvacuüm en heeft er niets aan gedaan.

En wat nu?
We hebben nu dus twee tegengestelde uitspraken van gerechtshoven over exact dezelfde vraag. Hof ‘s-Hertogenbosch wijkt in zijn uitspraak expliciet af van het oordeel van Hof Amsterdam.

Opvallend genoeg is de commercieel directeur in de zaak bij Hof Amsterdam uiteindelijk niet in cassatie gegaan tegen de ongunstige uitspraak. Wellicht is achter de schermen een regeling getroffen waarbij de belastingplichtige voor de eerdere jaren zijn keuze voor partieel buitenlandse belastingplicht mocht herzien. Dat zou leiden tot gewone binnenlandse belastingplicht met een aanmerkelijkbelangheffing van 25% (het tarief dat gold in die jaren) in plaats van de box 1-heffing van 49,5%. Dat zou in elk geval een stuk gunstiger zijn.

Voor de toekomst is de praktische relevantie overigens beperkt: de regeling van partieel buitenlandse belastingplicht is per 1 januari 2025 afgeschaft. Voor bestaande gevallen geldt echter overgangsrecht, dus voor lopende situaties blijft dit een belangrijk vraagstuk.

De kans is groot dat de staatssecretaris in cassatie gaat tegen de uitspraak van Hof ‘s-Hertogenbosch. Dan heeft de Hoge Raad het laatste woord in deze kwestie.

Lees ook op CFO.nl: CFO Day 2026 – ‘Clarity in Chaos’ – Linda Weijters (CFO Mediq Benelux): “Het is lastig investeren zonder langetermijnperspectief vanuit de overheid.”

CFO Day 2026 marks the 25th edition of the Netherlands’ leading CFO event. Not a time to look back, but to move forward. Amid disruption, geopolitics, regulation, inflation and AI, CFOs must deliver clarity and value. With 350+ peers, we tackle today’s strategic dilemmas and what’s next.

Gerelateerde artikelen