Is Kabinet Jette I nu al toe aan een nieuwe CFO?
Het nieuwe kabinet presenteert ambitieuze plannen, maar krijgt meer dan stevige feedback op de financiële onderbouwing. Volgens de Raad van State lopen de overheidsuitgaven te snel op, met forse tekorten en een stijgende staatsschuld tot gevolg. Dat leidt ‘op middellange termijn tot onhoudbare overheidsfinanciën’, aldus Staatsraad Richard van Zwol. De kern van de kritiek: niet alleen de uitgaven ontsporen, ook de manier waarop het kabinet zijn cijfers presenteert is ondeugdelijk en ondermijnend voor de geloofwaardigeheid van de begroting.
Ruime overschrijding norm
De Raad constateert dat de netto-uitgaven – gecorrigeerd voor bezuinigingen en lastenverhogingen – structureel stijgen, terwijl daar nauwelijks dekking tegenover staat. Tegelijkertijd voldoet Nederland voorlopig nog aan de Europese tekortregels, maar dat biedt volgens de Raad schijnzekerheid. “Hoe je het ook wendt of keert, de groei is hoger dan de Europese norm”, stelt Van Zwol. “De beheersing van de uitgaven is echt een serieus punt.”
De Raad ziet een fundamenteel probleem: het kabinet stuurt op de verkeerde indicatoren. Politiek Den Haag lijkt zich te fixeren op het begrotingstekort, terwijl de nieuwe Europese regels juist ook de groei van uitgaven begrenzen. Elk land krijgt een maximum opgelegd. Voor Nederland is dat 21%, tussen 2024 en 2028. In het huidige akkoord komt Nederland uit op 26,9%.- een ruime overschrijding van de norm.
Selectief shoppen CBS cijfers
De meest pregnante kritiek van de Raad van State zit hem in de manier waarop het kabinet met cijfers omgaat. In het zogeheten budgettair-structureel plan, dat naar Brussel wordt gestuurd, lijkt Nederland wél binnen de uitgavennormen te blijven. Maar dit beeld wijkt af van de berekeningen van het Centraal Planbureau. De Raad spreekt daarom ook van een ‘selectief’ gebruik van cijfers. “Dat is methodologisch onzuiver”, aldus Van Zwol. ‘Volgens Van Zwol moet Nederland altijd de CPB-cijfers gebruiken.’
Het combineren van verschillende rekenmethodes – afhankelijk van wat politiek beter uitkomt – ondermijnt volgens hem de geloofwaardigheid van het begrotingsbeleid en maakt het lastig om een helder beeld te krijgen van de werkelijke staat van de overheidsfinanciën.
Belasting op arbeid in plaats van op kapitaal
Tegelijkertijd ontbreekt het volgens de Raad aan scherpe keuzes. Het kabinet wil investeren in defensie, energietransitie en woningbouw, maar schuift de rekening door naar de toekomst. In een periode waarin de economische groei structureel afzwakt – naar verwachting gemiddeld 0,8% per jaar – wordt dat risico alleen maar groter. “De consequenties van lage groei zijn wezenlijk”, waarschuwt de Raad. “De bestedingsruimte van overheid en gezinnen wordt beperkt.”
Ook de lastenverdeling die het kabinet voorstaat roept grote vragen op. “Die komen nagenoeg geheel terecht bij de factor arbeid”, zegt Van Zwol. Daarmee verschuift de druk naar werknemers, terwijl het verschil met de belasting op kapitaal verder oploopt.