Kijk nu terug: CFO Studio met Meltem Klaassen (CFO Greenchoice) en Javier van Engelen (CFO InPost): “Als AI geen competitief voordeel heeft, is het allemaal internal nonsense.”
Wat onderscheidt een echte finance transformatie van een optimalisatieslag? En hoe zorg je als CFO dat AI meer oplevert dan een interessante pilot zonder resultaat op de winst-en-verliesrekening? Tijdens de nieuwste aflevering van CFO Studio gingen Javier van Engelen, CFO van pakketkluisjesbedrijf InPost, en Meltem Klaassen, CFO van energiebedrijf Greenchoice in gesprek met Jeroen Figee, Vice President Global Solution Consulting bij Unit4, over precies die vragen. Dit alles onder leiding van onze host Bas Kemme.
Van controle naar koersbepaling
Voor van Engelen begint iedere finance transformatie bij de strategie van de onderneming. Het verschil tussen optimalisatie en transformatie is volgens hem helder. “Als de richting van het bedrijf verandert, is het bijna ondenkbaar dat finance niet door een transformatie moet gaan om die nieuwe richting te ondersteunen.”
Waar zijn bedrijf InPost jarenlang gefocust was op de Poolse markt, bracht de internationale expansie nieuwe vraagstukken met zich mee op het gebied van governance, talent, processen en investeringen. Finance moest mee veranderen om die groei mogelijk te maken.
Volgens Van Engelen wordt daarbij soms te snel gesproken over business partnering en strategische rollen. “Je moet wel de fundamentals hebben. Als de basis niet op orde is, heb je geen driver’s license to do the rest.” Accounting, compliance, treasury en reporting blijven volgens hem de fundamenten waarop elke CFO-functie rust.
Ook voor Greenchoice CFO Klaassen begint alles bij een solide basis, al legt zij de nadruk nadrukkelijk op de toekomst. Zij omschrijft finance als een ‘strategic navigator’.
“Vanuit die basis moet je naar de toekomst blijven kijken”, stelt ze. Volgens Klaassen ligt de kracht van finance in het vertalen van strategische doelstellingen naar concrete effecten voor winst-en-verliesrekening, balans en cashflow. Daarmee kan finance de business helpen om betere keuzes te maken en koers te houden. Dat vraagt volgens haar om focus. Niet méér dashboards of méér rapportages, maar beter inzicht in welke stuurinformatie echt relevant is.
(Click hier of op de foto om de hele CFO Studio terug te kijken.)
AI heeft pas waarde als het verschil maakt
Uiteraard kwam ook AI uitgebreid aan bod. Daarbij viel op dat de panelleden opvallend eensgezind waren: technologie is alleen waardevol wanneer die direct gekoppeld wordt aan de strategie van het bedrijf. Van Engelen stelt het scherp: “Als AI geen competitief voordeel heeft, is het allemaal internal nonsense.”
Volgens hem kijken veel organisaties nog te veel naar interne efficiëntie, terwijl de echte vraag zou moeten zijn hoe AI kan bijdragen aan onderscheidend vermogen. Voor InPost kan dat bijvoorbeeld liggen in slimmere locatiekeuzes voor pakketkluizen of een snellere uitrol van nieuwe netwerken.
Ook Greenchoice experimenteert volop met AI. Toch waarschuwde Klaassen voor een te eenzijdige focus op productiviteitswinst. “Als je niet oppast, ga je alleen maar iets ouds sneller maken. Dan heb je nog niet iets toegevoegd.” De vraag is volgens haar niet hoeveel tijd AI bespaart, maar wat organisaties vervolgens doen met de capaciteit die vrijkomt. Wordt die ingezet voor innovatie, betere besluitvorming en strategische vraagstukken? Of blijft het bij sneller hetzelfde werk doen?
Volgens Jeroen Figee van Unit4 ligt de grootste kans in het verschuiven van reactief naar proactief werken. AI kan patronen herkennen en afwijkingen signaleren voordat ze zichtbaar worden in traditionele rapportages. Daardoor kan finance sneller anticiperen en eerder in gesprek gaan over risico’s en kansen.
De moeilijkste finance keuzes gaan over mensen
Ook blikten de twee CFO’s terug op beslissingen die achteraf anders uitpakten dan verwacht. Klaassen vertelde openhartig over een business intelligence-project waar al een jaar aan gewerkt was. Uiteindelijk moest het project toch worden stopgezet omdat de onderliggende data onvoldoende op orde bleek. Een andere les betrof software-implementaties. Daarbij bleek niet de technologie het grootste obstakel, maar de adoptie door gebruikers. “Uiteindelijk zijn we er niet in geslaagd om de toegevoegde waarde echt te laten voelen door mensen die het moesten gebruiken.”
Van Engelen wees op een vergelijkbaar risico bij overnames. Strategisch en financieel kunnen acquisities perfect kloppen, maar cultuurverschillen blijken vaak een veel grotere bedreiging dan vooraf wordt gedacht. “Tachtig procent van alle acquisities loopt fout op cultuurverschillen.” Daarnaast benadrukte hij een dilemma dat veel CFO’s zullen herkennen: wanneer spreek je je uit als je voelt dat een strategische beslissing niet de juiste is? Soms zie je als CFO de risico’s eerder dan anderen, maar betekent ingrijpen ook dat je tegen de stroom in moet zwemmen.
De wereld wordt sneller, data wordt overvloediger en systemen worden slimmer. Maar de verantwoordelijkheid om richting te geven blijft bij mensen liggen. Of zoals Klaassen het samenvatte: “Het gaat eerst om wat je wil bijsturen en wat je processen moeten zijn. Daarna pas om de techniek die je wilt gebruiken.”
Imagine a Formula 1 circuit. Everything revolves around control: data, sensors, dashboards, engineers. But winning is not driven by data alone.
The difference is made through decisions taken both before and during the race.