De Wtta komt eraan: 5 zaken die iedere CFO nu moet weten
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) wordt vaak gepresenteerd als een nieuwe wet voor uitzendbureaus. Dat is maar de helft van het verhaal.
De Wtta raakt namelijk óók de bedrijven die gebruikmaken van uitzendkrachten, gedetacheerden en andere vormen van ter beschikking gestelde arbeid. En daarmee hoort dit onderwerp niet uitsluitend thuis bij HR of Procurement. Ook de CFO zal moeten weten van wie de onderneming personeel inhuurt, onder welke constructie dat gebeurt en of de betreffende leverancier straks daadwerkelijk tot de markt is toegelaten.
De Wtta treedt op 1 januari 2027 in werking. Vanaf 1 januari 2028 begint de Nederlandse Arbeidsinspectie met handhaven. Vanaf dat moment kunnen zowel uitleners die zonder vereiste toelating opereren als de bedrijven die van hen personeel inhuren worden beboet.
Lees ook op CFO.nl: CFO meets… CHRO (Sander Berghuis en Roos Rahimi van Polygon): “Ik vind HR-data vaak net iets waardevoller dan Finance-data.”
Vijf belangrijke takeaways voor de CFO
De belangrijkste misvatting is misschien wel dat de Wtta alleen een probleem is van uitzendbureaus. Dat is niet zo. De Wtta is óók een wet voor de inlener
De wet introduceert een toelatingsstelsel voor ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Uitleners mogen straks alleen binnen het stelsel opereren wanneer zij aan de gestelde voorwaarden voldoen. Daartegenover staat een minstens zo belangrijke verplichting voor de opdrachtgever: deze mag alleen arbeidskrachten inhuren van een toegelaten uitlener.
De overheid legt daarmee een deel van de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de inlener.
Voor een CFO betekent dit dat de vraag “van welke leveranciers kopen wij flexibele arbeid in?” een compliancevraag wordt. Het volstaat straks niet meer dat een leverancier goedkoop, snel of operationeel betrouwbaar is. Ook zijn wettelijke status moet op orde zijn.
Takeaway 1:
Maak van flexibele arbeid een onderdeel van uw compliance- en leveranciersbeleid. Een verkeerde leverancier kan uw probleem worden.
De Wtta is mede ingevoerd om malafide constructies, onderbetaling en misstanden rond met name arbeidsmigranten terug te dringen. Dat verklaart waarom de overheid niet uitsluitend naar de uitlener kijkt.
Ook de onderneming die van de arbeidskrachten profiteert, krijgt een verantwoordelijkheid. Dat verandert het risicoprofiel van flexibele arbeid.
Stel dat een onderneming honderden flexwerkers inzet via verschillende bureaus. Een aantal daarvan blijkt niet over de vereiste toelating te beschikken. Dan is dat niet uitsluitend een probleem tussen het uitzendbureau en de Arbeidsinspectie. Ook de opdrachtgever kan met handhaving worden geconfronteerd.
Voor grotere organisaties komt daar nog een ander risico bij: reputatie. Een publicatie over arbeidsmigranten die via een niet-toegelaten leverancier binnen de onderneming werkzaam blijken te zijn, kan aanzienlijk schadelijker zijn dan de financiële sanctie zelf.
De goedkoopste leverancier kan daarmee achteraf een bijzonder dure leverancier blijken.
Lees ook op CFO.nl: CFO meets CHRO (Arnold Mars en Britt Breure van AFAS): “Ik wil cijfers menselijk maken.”
Takeaway 2:
Kijk bij flexibele arbeid niet alleen naar het tarief, maar ook naar het juridische, fiscale en reputatierisico in de keten. De CFO moet weten wie er achter het uitzendbureau zit
Veel grote ondernemingen hebben Procurement uitstekend georganiseerd. Voor flexibele arbeid bestaat echter regelmatig een versnipperd landschap van leveranciers, onderaannemers en lokale afspraken. Juist daar ontstaat risico.
De Wtta is daarom een goed moment om de flexibele schil opnieuw in kaart te brengen.
Hoeveel uitzendbureaus leveren personeel? Wie is daadwerkelijk werkgever? Wordt personeel verder doorgeleend? Welke partij verzorgt de loonadministratie? Wie draagt loonheffingen en premies af? En beschikt de juridische werkgever straks daadwerkelijk over de vereiste toelating?
Uitleners moeten voor toelating aan verschillende voorwaarden voldoen. Zo gelden onder meer eisen rond een VOG, naleving van bestaande arbeidswetgeving en – afhankelijk van de situatie – financiële zekerheid.
Voor de CFO ligt hier een herkenbare parallel met leveranciersrisico’s op andere terreinen. Een onderneming controleert immers ook de kredietwaardigheid van een belangrijke leverancier of de cybersecurity van een IT-partner.
Waarom zouden we bij een leverancier die iedere week honderden mensen binnen de onderneming laat werken genoegen nemen met minder?
Lees ook op CFO.nl: CFO meets CHRO (Vivienne de Leeuw en Albert Spencer van Havenbedrijf Rotterdam): “We hebben 100% commitment om de klimaatdoelen te halen.”
Takeaway 3:
Voer vóór 2028 een volledige due diligence uit op de flexibele arbeidsketen. Minder leveranciers kan straks méér zekerheid betekenen
De Wtta kan aanleiding zijn om het aantal partijen waarmee een onderneming zaken doet terug te brengen.
Een organisatie die met twintig of dertig verschillende uitzendbureaus werkt, moet immers ook twintig of dertig partijen controleren en blijven volgen. Dat maakt centralisatie interessant.
Een professionele backoffice- of centrale uitzendpartner kan een deel van die complexiteit wegnemen. Het lokale uitzendbureau kan zich dan bijvoorbeeld blijven richten op recruitment en de relatie met de opdrachtgever, terwijl werkgeverschap, contractering, verloning, facturatie en compliance centraal worden georganiseerd.
In de markt zijn verschillende partijen actief die volgens een dergelijk model werken. Een voorbeeld is Werkhelden Backoffice, dat voor uitzendondernemingen de administratieve en financiële achterkant organiseert.
Het interessante daarvan voor een grote inlener zit niet zozeer in de naam van de backofficepartij, maar in het principe: concentreer werkgeverschap en compliance waar mogelijk bij een beperkt aantal professionele partijen.
Dat verkleint het aantal schakels dat een CFO, HR-directeur of procurementafdeling moet controleren.
Lees ook op CFO.nl: CFO meets CHRO – Marjanne van Ittersum en Kim Teunis (CFO en CHRO van Enexis): “Diversiteit is geen HR-feestje.”
Takeaway 4:
Gebruik de Wtta als aanleiding om uw leveranciersketen te vereenvoudigen. Wacht niet tot 1 januari 2028
Misschien wel de belangrijkste takeaway.
De formele handhaving begint op 1 januari 2028. Dat lijkt nog ver weg. Voor grote ondernemingen is het dat niet.
Contracten met leveranciers lopen vaak meerdere jaren. Raamovereenkomsten moeten worden aangepast. Procurementvoorwaarden moeten worden herschreven. HR, Finance, Legal en Procurement moeten afspraken maken over verantwoordelijkheden. Bestaande leveranciers moeten worden geïnventariseerd en nieuwe leveranciers moeten aan aangescherpte onboardingcriteria voldoen.
Daarmee is de Wtta bij uitstek een onderwerp voor 2026 en 2027. Een verstandige organisatie neemt bijvoorbeeld nu al in haar leveranciersvoorwaarden op dat een uitlener tijdig aan alle vereisten van de Wtta moet voldoen en zijn toelatingsstatus aantoonbaar op orde moet houden.
Ook verdient het aanbeveling vast te leggen wat er gebeurt wanneer een toelating wordt geschorst of ingetrokken. Wie informeert de opdrachtgever? Hoe snel? Mag de overeenkomst onmiddellijk worden beëindigd? En – minstens zo belangrijk – hoe wordt de continuïteit van de personeelsbezetting gewaarborgd?
Want daar bevindt zich voor de CFO misschien wel het grootste praktische risico. Wanneer een belangrijke leverancier plotseling geen arbeidskrachten meer mag uitlenen, ontstaat niet alleen een compliance probleem. Er kan binnen enkele dagen een operationeel probleem ontstaan.
Lees ook op CFO.nl: Leadership in Finance Summit 2026 – ‘From Control to Command’ – Ron van Houten (CFO TP Vision): “Cultuur is geen soft factor, maar een harde risicofactor.”
Takeaway 5:
Behandel Wtta-compliance niet als een project voor 2028, maar als een continuïteitsvraagstuk dat nu op de agenda hoort. Van HR-dossier naar boardroom
De Wtta is uiteindelijk veel meer dan nieuwe regelgeving voor de uitzendbranche.
De wet verandert de verhouding tussen uitlener en inlener. Een onderneming kan niet langer uitsluitend kijken naar de mensen die maandagmorgen aan de poort verschijnen. Zij zal ook moeten weten via welke juridische en financiële keten die mensen daar terecht zijn gekomen. Daarmee verschuift flexibele arbeid gedeeltelijk van HR naar Finance, Risk, Procurement en de boardroom.
Voor CFO’s is de conclusie betrekkelijk eenvoudig: weet wie uw mensen levert, weet wie hun werkgever is en weet of die partij straks gerechtigd is om dat te doen.
De ondernemingen die hun flexibele arbeidsketen vóór 2028 op orde brengen, reduceren niet alleen hun juridische risico. Ze krijgen waarschijnlijk ook meer grip op tarieven, leveranciers, processen en continuïteit. En daarmee kan een wet die in eerste instantie vooral als extra regelgeving wordt gezien, uiteindelijk ook aanleiding zijn om de flexibele schil professioneler te organiseren.
Lees ook op CFO.nl: Leadership in Finance Summit 2026 – From Control to Command – Javier van Engelen (CFO InPost): ”Opereren op topsnelheid terwijl we niet weten welke bochten er nog aankomen.”
Imagine a Formula 1 circuit. Everything revolves around control: data, sensors, dashboards, engineers. But winning is not driven by data alone.
The difference is made through decisions taken both before and during the race.